Niets doen loont

Sinds een aantal weken zijn we aan het plannen, leren leren.
Noem het maar op.
Maar vandaag heb je daar geen behoefte aan.
Je bent boos.
Boos op school.
Stiekem ook een beetje op je ouders.

Niets doen loont

Niks doen is ook iets doen

Op school hebben ze je apart gezet.
Je leidt anderen af.
Vinden ze daar.
Je ouders zitten je achter je vodden aan.
Ook zeer irritant.

Vandaag praten we.
En doen we niets.

Ik stel vragen.
Jij geeft antwoord.

Ik zie aan je dat je boos bent. Klopt dat?
Ja.
Kan je me vertellen hoe dat komt?
Dat kan ik wel, maar daar heb ik geen zin in.
Oké.
Wil je verder komen?
Hoe bedoel je?
Met de Havo?
Ja.
Of ga je liever naar het VMBO?
Nee! Ik kan het toch?!
Ja, dat denk ik ook. En je ouders ook.
Maar wij kunnen het niet voor je doen.
Je zal het zelf moeten doen.
Dat ga ik ook doen.
Wat ga je doen?
Laten zien dat ik het wel kan.
Echt?
Hoe ga je dat dan doen?
Mijn huiswerk maken en goed leren.
Wat heb je daar voor nodig?
Vertrouwen van mijn ouders.
Dan zou ik als ik jou was met ze in gesprek gaan.
Dat vind ik lastig.
Ik vind het moeilijk om een gesprek op te starten.
Ik wil wel een mail sturen met de vraag aan je moeder of ze een gesprek met jou wil beginnen?
Graag!
En op school?
Daar moeten ze me gewoon laten gaan…
Oké.

Dan is het alweer tijd om weer te gaan.
Je loopt lachend de deur uit.
Ik zie aan je dat eigenlijk huppelend naar de auto van je moeder wil lopen.
Maar…
Dat doen pubers niet… Dus jij ook niet.

Eigenlijk,
Niets doen loont!